Sensomotorische integratie

Wat is sensomotorische integratie of sensorische integratie?


Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensomotorische integratie genoemd. Kinderen maken hier bijvoorbeeld gebruik van bij het spelen.

 

Bij sensomotorische integratie ook wel sensorische integratie genoemd, neemt het voelen van aangeraakt worden en bewogen worden en het voelen in welke houding je je bevindt en welke bewegingen je maakt, een belangrijke plaats in. Het belang dat aan een goed gebruik van deze zintuigen wordt gehecht voor de ontwikkeling van een kind, is terug te voeren op de rol die zij spelen bij het handhaven van evenwicht en stabiliteit. Het handhaven daarvan heeft altijd voorrang boven het uitvoeren van andere activiteiten. De verschillende manieren van voelen werken hierbij nauw samen, maar hebben in dit proces een andere functie.

Het voelen van een aanraking of het tastgevoel.
Het tastzintuig bevindt zich vooral in onze huid. Hierdoor kunnen we voelen wanneer we aangeraakt worden en voelen of iets warm of koud is en hard of zacht. Ook of het prettig is om door iemand te worden aangeraakt, maar ook of de grond stevig genoeg is om op te staan. Dit gevoel wordt ook wel tactiele informatie genoemd

Het voelen van een beweging of het evenwichtsgevoel.

De informatie van het evenwichtsorgaan, dat zich vlakbij de oren in ons hoofd bevindt, noemen we het evenwichtsgevoel. Dit orgaan informeert ons over de stand en de bewegingen van het hoofd. Hierdoor waarschuwt het evenwichtsorgaan als we dreigen te vallen. Bijvoorbeeld bij het struikelen over een losse stoeptegel. Dit gevoel wordt ook wel vestibulaire informatie genoemd.

Het houdings- en bewegingsgevoel.

Deze informatie is afkomstig uit zintuigcellen in onze spieren en gewrichten. Hierdoor krijgen we vooral informatie over de houding van ons lichaam en de manier waarop wij zelf bewegen. Dit gevoel wordt ook wel proprioceptieve informatie genoemd.

Wat doet sensomotorische integratie?

Sensomotorische integratie speelt een belangrijke rol bij het waarschuwen voor gevaar, het richten van de aandacht en het opnemen van informatie.

Er zijn verschillende manieren waarop we op zintuiginformatie kunnen reageren.

  • Een zintuigprikkel geeft een signaal, waardoor we onze aandacht op die zintuigprikkel richten. Hierdoor merken we de prikkel op en kunnen erop reageren. Op deze manier richten we onze aandacht ergens op, doen we informatie op en leren we dingen.
  • Sommige zintuigprikkels geven een sterker signaal dan andere, omdat die zintuigprikkels een groter gevaar inhouden. Een brandlucht waarschuwt ons op een andere manier dan de geur van vers gezette koffie. Als een zintuigprikkel ons waarschuwt voor gevaar dan komen we in actie om ons in veiligheid te brengen. Onze aandacht is helemaal op het gevaar gericht en het opnemen van informatie is dan niet aan de orde.
  • Een zintuigprikkel kan ook een heel zwak signaal geven, we richten onze aandacht niet op de prikkel en merken die dan helemaal niet op en laten die langs ons heen gaan. We nemen dan ook geen informatie op van die zintuigprikkel.

Bij iedere zintuigprikkel kiezen we op welke manier we reageren. Gelukkig gebeurt dit meestal onbewust en hoeven we er niet over na te denken.

Het evenwichtsgevoel en het tastgevoel spelen een belangrijke rol bij het richten van de aandacht en het waarschuwen voor gevaar. Zij zorgen vooral op dat we niet vallen en of de ondergrond waarop we staan, zitten of liggen, wel stevig genoeg is. Als we niet kunnen vallen is het pas veilig om te bewegen. Door het bewegen krijgen we informatie van onze spieren en gewrichten over onze houding en bewegingen. Vooral hierdoor is bewegen leuk en ontstaat de ‘lol’ van bewegen, let je op wat je aan het doen bent en kun je dingen leren.

Problemen met sensomotorische integratie?

Bij problemen met de sensomotorische integratie wordt er op bepaalde zintuigprikkels niet gereageerd en op andere zintuigprikkels te sterk gereageerd. Hierdoor reageren we alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is, of we geven deze zintuigprikkels te weinig aandacht, terwijl dat wel zou moeten. De zintuigprikkels worden niet op de juiste manier gebruikt en verwerkt. De ontwikkeling komt onvoldoende opgang. We richten onze aandacht een verkeerde manier, merken onze eigen bewegingen onvoldoende op. Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten te weinig, voelen ons lijf onvoldoende aan en ontstaan er problemen met de concentratie en het leren van dingen.

Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd.

Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel tactiele ondergevoeligheid genoemd.

Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.

Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar. Dit wordt ook wel vestibulaire overgevoeligheid genoemd.

Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder bewegelijk dan anderen.

Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel vestibulaire ondergevoeligheid genoemd.

Zo’n kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. Zijn zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging.

Wat is er aan te doen?

Kinderen met bovenstaande problematiek kunnen worden aangemeld bij een gespecialiseerde SI-therapeut. Jeanette heeft zich gespecialiseerd als SI-therapeut. Na aanmelding zal eerst bekeken worden wat er precies aan de hand is.

Bij binnenkomst zullen er eerst testen en observaties worden afgenomen en ouders of verzorgers zullen meestal ook gevraagd worden een lijst in te vullen. Desgewenst kunnen ook de school of andere hulpverleners bij de behandeling worden betrokken.

Een behandeling kan bij veel kinderen met problemen met de sensomotorische integratie, tot succes leiden. Hiervoor is het noodzakelijk om het kind zodanig aan te raken en te bewegen dat hij die aanrakingen en bewegingen gaat gebruiken en het leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels zal dan tot veranderingen leiden.

In de therapie wordt veel gebruik gemaakt van spelmateriaal dat de verwerking van zintuiglijke informatie stimuleert. Er wordt gekeken op welke gebieden problemen bestaan en welke zintuiginformatie juist gestimuleerd of beperkt moet worden. Samen met ouders en kind kan er gekeken worden welk ‘sensorisch dieet’ voor het kind zinvol is, zodat hij of zij ook thuis en op school kan profiteren van een andere benadering. Over het algemeen wordt de therapie op een speelse manier aangeboden.

Bij problemen met aanraking:

  • raakt van streek tijdens verzorging bv. douchen en tanden poetsen
  • vermijdt lopen op blote voeten vooral in zand
  • raakt voordurend bepaalde voorwerpen of mensen aan
  • krimpt ineen als hij wordt aangeraakt.

Bij problemen met beweging en evenwicht:

  • wordt angstig als zijn voeten van de grond komen
  • is bang voor hoogtes en om te vallen
  • zoekt beweging op zoals voortdurend rond willen draaien en bewegen

Bij problemen met visuele informatie:

  • snel afgeleid door visuele informatie
  • hekel aan fel licht

Bij problemen met auditieve informatie:

  • hekel aan onverwachte/ harde geluiden zoals brommers, stofzuiger, kinderen
  • houdt handen over de oren om deze te beschermen tegen geluid
  • snel afgeleid door geluiden in de omgeving
  • kan niet werken als er achtergrondgeluiden zijn
  • lijkt niet te reageren op geluiden
  • geniet van vreemde geluiden, maakt graag harde geluiden

Bij problemen met smaak en geur:

  • eet alleen voedsel met bepaalde smaken en beperkt zich tot voedsel met een bepaalde structuur/ temperatuur
  • toont sterke voorkeur voor bepaalde geuren en smaken
  • kauwt of likt aan niet eetbare voorwerpen.

Deze informatie is grotendeels overgenomen van Els Rengenhart www.sensomotorische-integratie.nl