Zindelijkheidsproblemen

Verstoring van de plas- of poepfabriek ——— Verstoring van het zindelijk worden:
Al met al zindelijkheidsproblemen.

Het zindelijk worden gaat normaal vanzelf, in sommige gevallen lukt het echter niet zo makkelijk. Het zindelijk worden (en blijven) voor plas en poep is een leerproces dat door fysieke, emotionele en relationele factoren gestimuleerd of verstoord kan worden.

Plas- en ontlastingsproblemen bij kinderen komen veel voor. De klachten zijn vervelend, maar hebben meestal geen ernstige lichamelijke oorzaak of gevolgen. De plas- en poepproblemen kunnen wel van invloed zijn op de psyche van het kind, onzekerheid, schaamte e.d. kunnen voorkomen. Ook hebben ze vaak invloed op de sfeer in het hele gezin.

Voor plas- en poepproblemen kunnen er verschillende oorzaken zijn. Eén van de mogelijkheden is dat de bekkenbodemspieren niet goed werken. Stoornissen bij kinderen treden meestal op wanneer de bekkenbodemspieren te gespannen zijn of wanneer ze niet op de goede manier of op het juiste moment aanspannen of ontspannen. Soms voelen kinderen de seintjes van de blaas niet goed. Zo kunnen kinderen een verkeerde manier van plassen en/of poepen ontwikkelen.
Dit alles kan leiden tot onder andere de volgende klachten:

het verliezen van urine

Onvrijwillig verlies van urine. Dat kunnen druppels zijn maar ook de volledige blaas. Het kan incidenteel voorkomen maar ook dagelijks of altijd. Kinderen van een jaar of 4-41/2 horen hier geen last meer van te hebben.

het verliezen van ontlasting

Onvrijwillig verlies van ontlasting. Dat kunnen vegen zijn maar ook de broek vol. Het kan incidenteel voorkomen maar ook dagelijks of altijd. Kinderen van een jaar of 4-41/2 horen hier geen last meer van te hebben.

obstipatie of verstopping

Wanneer de ontlasting te lang in de darm blijft waardoor er een verstopping ontstaat, spreken we van obstipatie. Daar kunnen klachten bij komen als pijnlijke, harde ontlasting en/of buikpijn of pijn bij de anus. Soms zitten er vegen in het ondergoed soms meer. Sommige kinderen stellen het ontlasten uit of negeren de aandrang. Regelmatig is er heel veel ontlasting tegelijk. Obstipatie kan ook een medeveroorzaker zijn van de plasklachten.

pijn bij het plassen of ontlasten

Zowel buikpijn als pijn bij anus of plasbuis komen voor. De pijn kan voorafgaand of tijdens het plassen en ontlasten optreden.

moeizaam kunnen plassen of ontlasten

Ondanks het gevoel dat er plas of ontlasting zit en er drang is komen het plassen of ontlasten moeizaam of soms helemaal niet op gang.

heel vaak naar het toilet moeten om te plassen of te ontlasten

Hiervan spreken we als een kind meer dan 8 keer per dag naar het toilet gaat om te plassen, terwijl het niet extreem veel heeft gedronken. Voor de ontlasting wordt meer dan drie keer per dag als teveel gerekend.

te weinig naar het toilet gaan

Hiervan spreken we als een bij een normale hoeveelheid drinken kind minder dan 4 keer per dag naar het toilet gaat om te plassen of minder dan drie keer per week om te ontlasten.

uitstellen van plassen of ontlasten

Zowel voor het plassen als het ontlasten heeft het kind de neiging het toiletbezoek uit te stellen. Bij obstipatie kan het voorkomen dat het het kind de ontlasting uitstelt vaak uit om pijn bij het ontlasten te vermijden.

negeren van drang

Het kind negeert regelmatig de aandrang en moet vaak naar het toilet worden gestuurd.

vaak plotselinge drang hebben

De blaas is een reservoir. Dat betekent dat het vocht kan bevatten en vasthouden. Uitstellen van het plassen is daardoor mogelijk. Sommige kinderen worden vaak overvallen door plotselinge drang. Dit kan samengaan met het verliezen van een beetje urine.

chronische urineweginfecties.

Blaasontstekingen bij meisjes komen vaak voor. Het niet goed (kunnen) uitplassen bijv. doordat de bekkenbodem niet voldoende ontspant tijdens het plassen, waardoor er urine achterblijft in de blaas, kan een oorzaak zijn.

bedplassen  

Van bedplassen wordt gesproken als het kind ‘s nachts in bed plast of ’s avonds wordt opgenomen om te plassen. Vanaf een jaar of zes (of eerder!) kan het kind ’s nachts droog doorslapen of wordt het uit zichzelf wakker om te gaan plassen.

Hoe werkt de plas- en poepfabriek:

De plasfabriek: De nieren filteren afvalstoffen uit het lichaam en vervoeren deze via de urineleiders naar de blaas. Veel drinken betekent ook veel plassen. De blaas heeft twee taken; plas opsparen en plas naar buiten duwen. Zodra de blaas voldoende uitgezet is, ontstaat een gevoel van aandrang tot plassen. Is de blaas eenmaal uitgezet tot zijn volle omvang, dan wordt die aandrang heel sterk en wordt het tijd om te gaan plassen. Bij het plassen duwt de blaas de plas naar buiten. De blaas doet dat zelf en heeft daarbij geen hulp nodig. Onder in de blaas begint de plasbuis, die door de sluitspier en bekkenbodem-spieren afgesloten kan worden.  Tijdens het vullen van de blaas moet de uitgang dicht blijven. Tijdens het plassen moeten de spieren zich ontspannen, zodat de plas makkelijk in een keer naar buiten kan stromen. Het leeglopen van de blaas kun je vergelijken met het leeglopen van een ballon.

De poepfabriek: Het voedsel wordt verteerd in de maag en de darmen. In de dunne en dikke darm vindt uitwisseling plaats van voedingsstoffen mineralen en vocht naar de bloedbaan. De restanten worden als poep afgevoerd, deze verzamelt zich in de endeldarm. Als de endeldarm vol is geeft dit aandranggevoel voor ontlasting. Ontlasting komt op gang door de sluitspier te ontspannen. Persen werkt daarbij averechts. Normaal komt de poep 1x per dag of 1x per 2 dagen.

Veel kinderen poepen elke dag, sommigen zelfs wel drie keer per dag. Er zijn echter ook kinderen die om de dag poepen. Dit is allebei normaal. We spreken pas van verstopping (obstipatie) indien een kind minder dan 3x per week ontlasting heeft. Of als het kind veel moeite heeft met poepen, omdat de ontlasting hard en droog is geworden. Jonge kinderen moeten vaak huilen als ze harde ontlasting hebben, omdat het poepen pijn doet. Als kinderen die al zindelijk zijn weer ontlasting in de broek verliezen is er vaak ook sprake van verstopping. Een grote harde prop blokkeert de uitgang waar langs de dunne poep weglekt. Kinderen doen dit niet expres en voelen vaak niet dat ze de ontlasting verliezen.
Het afsluitmechanisme: De bekkenbodem is een spierlaag die als een hangmatje onder in de buik ligt.

De bekkenbodem heeft drie functies:

  • afsluiten van anus en urinebuis
  • openen van anus en plasbuis om plas en ontlasting kwijt te raken
  • dragen van de buikorganen.

Bekkenbodem spieren zijn bewust en actief te gebruiken, ook bij kinderen. Veel kinderen zijn zich hiervan niet bewust of voelen dit niet.

In principe zal een kind eerst zindelijk worden voor de ontlasting, daarna voor de plas.

Plassen:

  • Vanaf 20 maanden: Is zich bewust van “nat”zijn
  • Vanaf 30 maanden: Voelt dat de blaas vol is
  • Vanaf 3,5 jaar: Kan plas ophouden tot op het toilet
  • Vanaf 4-7 jaar: Is ook ’s nachts zindelijk

Poepen:

Vanaf 2 jaar: Kan poepen op potje
Tot ongeveer 6 jaar: “ongelukjes” geen uitzondering.

Wat doet een kinderbekkenfysiotherapeut bij het zindelijk worden?

Mogelijke hulpvragen van de ouders:

  • Mijn kind plast overdag in de broek
  • Mijn kind plast ’s nachts nog in bed
  • Mijn kind poept in de broek
  • Mijn kind heeft vegen ontlasting in de broek
  • Mijn kind heeft obstipatie
  • Mijn kind heeft buikpijn
  • Mijn kind heeft vaak blaasontsteking

Observatie en onderzoek:

Kinderen die niet (meer) zindelijk zijn, terwijl we dat op grond van hun leeftijd wel zouden verwachten, worden meestal eerst gezien door een (kinder) arts. Zo kunnen lichamelijke oorzaken worden ontdekt of uitgesloten. Vervolgens wordt door middel van vragenlijsten en een plas -of poepdagboek, een beeld verkregen van het ontlastingpatroon van het kind. Ook een lichamelijk onderzoek hoort tot de standaard procedure van de kinderbekkenfysiotherapeut.
Therapie/instructie:
Behandeling gebeurt over het algemeen na verwijzing door een kinderarts, huisarts of uroloog. Ook indien u via directe toegankelijkheid, dus zonder verwijsbrief van een arts, naar de kinderbekkenfysiotherapeut komt, kan indien nodig, een consult bij een arts worden geadviseerd.

De bekkenbodemfysiotherapie bij kinderen omvat de volgende elementen:

  • Uitleg over de normale functie van blaas en darm en over wat bij kinderen normaal is.
  • Instructie en leefstijladvies
  • Juiste toilethouding
  • Juist toiletgedrag
  • Wanneer mag je uitstellen en wanneer niet?
  • Drink je wel genoeg?
  • Hoe kun je verstopping voorkomen?
  • Registratie
  • Invullen van een plas- of poepkalender
  • Drinklijsten invullen
  • Oefentherapie / training
  • Bekkenbodemgevoel
  • Waar zit je blaas? Hoe voelt aandrang?
  • Hoe houd je op en wat doet dat met je blaas?
  • Waar voel je aandrang voor ontlasting?
  • Ontspannen van buik -en bilspieren
  • Ontspannen van de bekkenbodem
  • Leren aanspannen van de bekkenbodem
  • Bevorderen van darmtransport d.m.v. bekkenkantelbewegingen en ademhaling
  • Juiste perstechniek/ademhaling
  • Uitvoeren van de poeptraining op het toilet

Resultaat

Over het algemeen kan er binnen enkele maanden een goed resultaat bereikt worden. Het resultaat is mede afhankelijk van de aard en ernst van de medische problematiek, van de duur van de poep- of plasklachten, van de leeftijd en motivatie.